• DE EERSTE OPENBARING

    De Moeder der gelovigen, Aa’ieshah overlevert: “Het eerste dat de Profeet (vrede zij met hem) aan Openbaring ontving, was de ware visioen. Hij zag geen visioen of het kwam de volgende dag precies zo uit. Later hield hij ervan om zich af te zonderen en hij trok zich terug in de grot Hira’ om voor langere periode aanbidding te verrichten, voordat hij terugkeerde naar zijn familie om zijn proviand aan te vullen. En als hij terugkeerde naar Khadiedjah en zijn proviand had aangevuld (dan keerde hij weer terug). Totdat de Waarheid tot hem kwam, terwijl hij in de grot Hira’ was. Hij kreeg bezoek van de engel die tegen hem zei: ,,Reciteer.” Hij antwoordde: ,,Ik ben niet in staat om te reciteren.” Hij (De Profeet, vrede zij met hem) zei: ,,Hierop greep hij mij stevig vast en drukte mij tegen zich aan, totdat ik bijna stikte. Vervolgens liet hij mij los en zei: ,,Reciteer.” Ik antwoordde: ,,Ik ben niet in staat om te reciteren.” Hierop greep hij mij stevig vast en drukte mij voor de tweede keer tegen zich aan, totdat ik bijna stikte. Vervolgens liet hij mij los en zei: ,,Reciteer.” Ik antwoordde: ,,Ik ben niet in staat om te reciteren.” Hierop greep hij mij stevig vast en drukte mij voor de derde keer tegen zich aan, totdat ik bijna stikte, waarop hij zei:

    ,,Reciteer in de Naam van jouw Heer Die heeft geschapen. Hij heeft de mens geschapen uit een bloedklonter. Reciteer, en jouw Heer is de Meest Edele.”

    De Profeet (vrede zij met hem) keerde hiermee (de geopenbaarde verzen) angstig terug (naar huis). Hij kwam binnen bij (zijn vrouw) Khadiedjah bintoe Khoewaylied, moge Allah tevreden met haar zijn, en zei: ,,Omwikkel mij, omwikkel mij.”, waarna Khadiedjah hem omwikkelde (en hem kalmeerde) totdat zijn angst voorbij was. Hij vertelde haar wat hem overkwam, en zei: ,,Ik vreesde voor mijn leven.” Zij zei: ,,Vrees niet, Allah zal jou nooit en te nimmer vernederen. Voorwaar jij onderhoudt de familiebanden, zorgt voor de zwakkeren en de minderbedeelden, je eert de gast en je vecht voor rechtvaardigheid.” Zij nam hem vervolgens mee naar Waraqah ibnoe Nawfal ibnoe Asad ibnoe Abd al-Oezzah -de neef van Khadiedjah- Hij had zich bekeerd tot het Christendom tijdens de Djaahiliyyah (het tijdperk der ontwetendheid) en hij kon Hebreeuws schrijven, zo vertaalde hij, met de Wil van Allah, gedeelten uit de Hebreeuwse Bijbel naar het Arabisch en hij was een oude blinde man. Khadiedjah zei tegen hem: ,,O zoon van mijn oom, luister naar jouw neef (Mohammed, vrede zij met hem).” Daarop vroeg Waraqah: ,,O zoon van mijn broeder, wat heb je meegemaakt?” De Boodschapper (vrede zij met hem) vertelde hem toen wat hem was overkomen.” Toen zei Waraqah: ,,Dit is de Naamoes (De brenger van goede nieuws, hier Djibriel, vrede zij met hem) die Allah ook naar Moesa (vrede zij met hem) heeft gestuurd. O, was ik nog maar in de kracht van mijn leven. O zou ik nog maar leven tegen de tijd dat jouw volk jou zal wegjagen. De Boodschapper (vrede zij met hem) vroeg: ,,Zal ik dan weggejaagd worden door mijn eigen volk? Hij antwoordde: ,,Jazeker! Nooit is er een man gekomen met datgene waarmee jij bent gekomen, of hij werd vijandig ontvangen.” Als ik die dag zou mogen meemaken, dan zou ik jou onvoorwaardelijk steunen.” Kort daarop stierf Waraqah en kwam de openbaring (tijdelijk) tot stilstand. (al-Boechari

    SCROLL_TEXT
  • AANKONDIGING VAN DE PROFEET (VREDE ZIJ MET HEM) IN DE THORA

    Ataa’ Ibn Yasaar overlevert: “Ik kwam Abdullah Ibn Amr Ibn al-Aas tegen en zei: ,,Vertel mij hoe de Profeet (vrede zij met hem) in de Thora wordt beschreven?” Hij zei: ,,Ja, bij Allah! Hij is in de Thora beschreven net zoals hij in de Koran wordt beschreven: ,,O jij Profeet! Waarlijk, Wij hebben jou gestuurd als getuige, brenger van blijde tijdingen en waarschuwer en beschermer van de ongeletterden (de Arabieren).
    Jij bent Mijn Dienaar en Boodschapper. Ik heb jou al-Moetawakkil (hij die op Allah vertrouwt) genoemd, niet grof noch hardvochtig, noch iemand die zijn stem op de marktplaatsen verheft en noch iemand die het slechte met het slechte vergeldt, maar iemand die vergeeft en genade schenkt. En Allah zal hem niet het leven ontnemen, totdat Hij het kromme geloof door hem zal rechtzetten, zodat zij (mensen) zullen zeggen: ,, Er is geen God dan Allah”. En Hij zal door hem blinde ogen, dove oren en omwikkelde harten openen.” (al-Boechari)

    SCROLL_TEXT
  • DE PRÉ-ISLAMITISCHE MAATSCHAPPIJ

    Aa’ishah overlevert: “Er bestonden in de Djaahiliyah vier soorten huwelijken.
    Eén ervan is het huwelijk dat wij vandaag de dag kennen:

    Een man geeft de hand van een vrouw die onder zijn voogdij valt of van zijn dochter aan een andere man die haar de bruidsgave geeft en haar vervolgens trouwt.

    Een ander (vorm van) huwelijk:

    De man zei tegen zijn vrouw, als ze rein werd van de menstruatie: “Ga naar die persoon en heb gemeenschap met hem”, waarna haar man haar vermeed en haar niet meer aanraakte, totdat bleek dat zij zwanger was van de man met wie zij gemeenschap heeft gehad. En als de zwangerschap duidelijk was, (kon) haar man dan gemeenschap met haar hebben als hij dit wilde. Hij (de echtgenoot) deed dit slechts voor het verkrijgen van kinderen (van een bepaalde stam). Deze vorm van huwelijk werd ‘Istibdaa’ genoemd.

    Een ander (vorm van) huwelijk:

    Er verzamelde zich minder dan tien mannen die allen geslachtsgemeenschap zouden hebben met één en dezelfde vrouw. Als zij zwanger raakte en beviel, zou zij de mannen na een aantal nachten bijeen roepen. Niemand van de mannen kon weigeren om bij haar bijeen te komen. Zij zei dan tegen hen: “Jullie weten wat jullie hebben gedaan, en ik ben bevallen. Hij is jouw zoon, o die en die!” Zij noemde dan de naam van wie zij wilde dat hij de vader werd van het kind. Het kind werd dan aan hem toegeschreven en hij kon dit niet weigeren.

    En de vierde (vorm van) huwelijk:

    Veel mannen zouden zich verzamelen en zouden gemeenschap hebben met een vrouw die niemand weigerde. Dit waren prostituees. Zij plaatsten vlaggen boven hun deuren als teken (van hun bezigheid). Wie hen wenste, trad bij hen binnen. Als één van hen zwanger raakte en beviel, kwam dan iedereen (die gemeenschap met haar heeft gehad) bij haar bijeen. Zij riepen dan al-Qaafah (mv Qa’if: iemand die gespecialiseerd was in het bepalen van de afkomst van het kind). Daarna schreven zij het kind toe aan degene van wie zij van mening waren dat hij de vader is, waarna het kind hem gedwongen werd toegeschreven en het zijn kind werd genoemd; dit kon hij niet weigeren. Toen de Profeet (vrede zij met hem) werd gestuurd met de waarheid, bande hij al deze vormen van het huwelijk uit, behalve het huwelijk dat de mensen vandaag de dag kennen.”

    SCROLL_TEXT
  • DE VERHEVEN AFKOMST VAN DE PROFEET MOHAMMED

    Waathilah bin el-Asqa overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Voorwaar! Allah heeft uit het nageslacht van Ibrahiem Ismaiel (vrede zij met hen) uitverkoren, en Hij heeft uit het nageslacht van Ismaiel Kinaanah uitverkoren, en Hij heeft uit het nageslacht van Kinaanah Qoeraish uitverkoren, en Hij heeft uit het nageslacht van Qoeraish Bani Haashim uitverkoren, en Hij heeft mij uit Bani Haashim uitverkoren.” (Moeslim

    SCROLL_TEXT
  • DE GEBOORTE VAN DE PROFEET MOHAMMED (VREDE ZIJ MET HEM)

    Aboe Qatadah al-Ansaari overlevert dat toen de Profeet (vrede zij met hem) werd gevraagd over het vasten op de maandag, hij zei: “Dat is de dag waarop ik geboren ben en de dag waarop ik gestuurd ben (met de Boodschap van Allah) -of hij zei- de dag waarop de openbaring op mij is nedergezonden.” (Moeslim)

    SCROLL_TEXT
  • DE ZOOGMOEDER VAN DE PROFEET (VREDE ZIJ MET HEM)

    Thoewaybah de vrijgelaten slavin van Aboe Lahab

    Zainab bint Aboe Salamah overlevert dat Oem Habibah haar vertelde, dat zij zei: “O Boodschapper van Allah! Trouw mijn zuster, de dochter van Aboe Soefyaan. Hij zei: “Zou je dat leuk vinden?” Hierop antwoordde zij: “Ja! Ik zou je niet slechts voor mijzelf willen hebben. En met wie ik het liefst het goede wil delen is mijn zus.” Daarop zei de Profeet: “Dat is voor mij niet toegestaan.” (Oem habiba zei): “Wij hebben het er onderling over dat jij de dochter van Aboe Salamah wil huwen.” Hij zei: “De dochter van Oem Salamah?” Ik zei: “Ja!” Waarop hij zei: “Zou zij niet mijn stiefdochter zijn, dan nog zou zij verboden voor mij zijn (om mee te huwen), want zij is de dochter van mijn broer op basis van borstvoeding. Ik en Aboe Salamah hebben borstvoeding gekregen van Thoewaybah. Biedt mij niet jullie dochters of zusters aan.”[1] (al-Boechari)

    [1] Het is verboden voor een man om tegelijkertijd gehuwd te zijn met twee zussen. Daarnaast is het niet toegestaan om met moeder en stiefdochter gehuwd te zijn. Dit was de reden waarom de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Biedt mij niet jullie dochters of zusters aan.” Op het moment dat een man gehuwd is met een vrouw die een dochter heeft (uit een vorig huwelijk), en hij geslachtsgemeenschap heeft gehad met deze vrouw, dan wordt de dochter voor altijd verboden voor hem om mee te trouwen.

    SCROLL_TEXT
  • HET SPLIJTEN VAN DE BORST VAN DE PROFEET (VREDE ZIJ MET HEM)

    Anas overlevert: “Waarlijk Djibriel kwam naar de Profeet terwijl hij met kinderen aan het spelen was. Hij greep hem en legde hem tegen de grond waarop hij zijn hart splijtte. Hij nam zijn hart en verwijderde er een klonter uit. Hij (Djibriel) zei vervolgens: “Dit is shaitan’s aandeel in jou.” Vervolgens wastte hij het (hart) in een gouden kom met water van (de bron van) zam-zam en bracht dit (hart) terug in de oude staat en zette het vervolgens op zijn plaats.

    De kinderen renden naar zijn moeder -zijn zoogmoeder (Halimah) wel te verstaan- en zeiden: “Waarlijk, Mohammed is vermoord!” Zij kwamen hem (Mohammed) vervolgens tegen terwijl zijn huidskleur helemaal veranderd was (van angst). Anas zei: “Ik kon nog altijd de sporen van de hechtingen op zijn borst zien.”

    SCROLL_TEXT
  • DE PROFEET (VREDE ZIJ MET HEM ) ALS HERDER

    Aboe Hoerayrah overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Allah heeft geen profeet gezonden of hij hoedde schapen.” Zijn metgezellen zeiden: “En u (ook), o Boodschapper van Allah?” Hij zei: “Jazeker. Ik hoedde hen (de schapen) voor qaraarit (meervoud van qiraat; een munteenheid die gelijk stond aan een klein deel van een dinar of een dirham) voor de mensen van Mekka.”

    SCROLL_TEXT
  • DE ZOEKERS NAAR DE WAARHEID IN DE PRÉ-ISLAMITISCHE MAATSCHAPPIJ

    Ibn Omar overlevert dat Zaid binAmr bin Nofail vertrok richting Shaam (dit gebied beslaat het huidige Syrië, Libanon, Palestina en Jordanië) op zoek naar de (ware) godsdienst. Hij kwam een joodse geleerde tegen en vroeg hem over hun geloof (het Jodendom). Hij zei: “Ik wil wellicht jullie godsdienst volgen, dus vertel mij er iets meer over.” Hij (de geleerde) zei: “Je zult onze godsdienst niet kunnen volgen voordat je een deel van de woede van Allah op jou neemt.” Hierop antwoordde Zaid: “Het is juist de woede van Allah waarvoor ik vlucht. Ik zal niets van de woede van Allah op mij willen nemen. En hoe zou ik dit kunnen? Kun je mij een andere godsdienst aanraden?” Hij zei: “Ik ken geen andere godsdienst, behalve die van de Hanief?” Hij (Zaid) vroeg: “En wat is (de godsdienst van) Hanief?” Waarop hij antwoordde: “De godsdienst van Ibrahiem.

    Hij was geen jood noch christen en hij aanbad alleen Allah!” Zaid ging verder en kwam een christelijke geleerde tegen en vroeg hem hetzelfde. De geleerde antwoordde: “Je zult onze godsdienst niet kunnen volgen voordat je een deel van de vloek van Allah op jou neemt.” Hierop antwoordde Zaid: “Het is juist de vloek van Allah waar ik voor vlucht. Ik zal niets van de vloek van Allah en Zijn woede op mij willen nemen. En hoe zou ik dit kunnen? Kun je mij een andere godsdienst aanraden?” Hij zei: “Ik ken geen andere godsdienst, behalve die van de Hanief?” Hij (Zaid) vroeg: “En wat is (de godsdienst van) Hanief?” Waarop hij antwoordde: “De godsdienst van Ibrahiem. Hij was geen jood noch christen en hij aanbad alleen Allah!” Toen Zaid hoorde wat zij zeiden over Ibrahiem, vertrok hij en toen hij tevoorschijn kwam hief hij zijn handen op en zei: “O Allah! Ik getuig dat ik op de godsdienst ben van Ibrahiem.” (al-Boechari)

    SCROLL_TEXT
  • DE VERHEVEN POSITIE VAN KHADIEDJAH

    Aboe Hoerayrah overlevert: “Djibriel (vrede zij met hem) kwam naar de Profeet (vrede zij met hem) en zei vervolgens: ,,O Boodschapper van Allah, dit is Khadiedjah die is aangekomen. Zij heeft en eten of drinken bij zich. Wanneer zij bij jou aankomt, doe haar dan Salaam (vredesgroet) van haar Heer en van mij en verblijdt haar met een huis in het Paradijs van Qasab (riet gemaakt van parels) waarin zij geen geschreeuw hoort en geen vermoeidheid kent. (al-Boechari en Moeslim)

    SCROLL_TEXT
  • HET BEGIN VAN DE OPENBARING

    Ibn Abbaas overlevert: “(De openbaring) werd op de Profeet nedergezonden toe hij veertig (jaar oud) was. Hij verbleef (daarna) in Mekka (voor een periode van) dertien jaar en in Medina (een periode van) tien jaar. En hij stierf op zijn drieënzestigste.” (al-Boechari)

    SCROLL_TEXT
  • EEN STEEN GEEFT DE GROET VAN SALAAM AAN DE PROFEET (VREDE ZIJ MET HEM)

    Djaabir ibnoe Samoerah overlevert dat de Profeet (vrede zij met hem) zei: “Voorwaar, ik ken een steen in Mekka die mij groette, voordat ik als Boodschapper werd gestuurd. Ik ken hem (deze steen) nog tot op de dag van vandaag.” (Moeslim)

    SCROLL_TEXT
  • DE WIJZE WAAROP DE OPENBARING TOT DE PROFEET KWAM

    Aa’ieshah, de vrouw van de Profeet (vrede zij met hem) overlevert dat al-Haarith ibnoe Hishaam de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) een vraag stelde, hij vroeg: “O Boodschapper van Allah, op welke wijze komt de openbaring tot u?” De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) antwoordde: “Soms komt deze tot mij op een wijze die te vergelijken is met het geluid van een bel en dit is voor mij het allerzwaarst. Wanneer dit (geluid) mij verlaat, heb ik waarlijk alles begrepen wat hij (Djibriel, vrede zij met hem) mij heeft verteld. En soms komt de Engel (Djibriel) in de gedaante van een man die tegen mij praat en ik al datgene wat hij mij vertelt vervolgens begrijp. Aa’ieshah zei: “En waarlijk ik heb gezien dat (de openbaring) op hem neerdaalde op een zeer koude regenachtige dag. Wanneer deze hem verliet, droop het zweet van zijn voorhoofd.” (al-Boechari en Moeslim)

    SCROLL_TEXT
  • DE EERSTE MOSLIMS

    Ammaar (moge Allah tevreden zijn met hem) overlevert: “Ik zag de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) met slechts vijf slaven, twee vrouwen en Aboe Bakr (als volgelingen).” (al-Boechari)

    Amrah ibnoe Absah overlevert dat hij zei: “O Boodschapper van Allah, wie is er met jou op deze zaak (de Islam)?” Hij antwoordde: “Een vrije man en een slaaf.” Hij (Amrah) zei: “Op die desbetreffende dag waren Aboe Bakr en Bilaal met hem.” Vervolgens zei hij (vrede zij met hem): “Keer terug naar jouw stam, totdat Allah, de Almachtige, de Verhevene, Zijn Boodschapper versterkt (op aarde). Amrah ibnoe Absah was gewoon te zeggen: “Toentertijd vormde ik een kwart van de Islam.” (Moeslim)

    SCROLL_TEXT
  • DE OPENLIJKE VERKONDIGING VAN DE ISLAM

    Ibn Abbaas overlevert: “Toen de volgende vers werd geopenbaard:

    “En waarschuw jouw naaste familieleden.” (Soerat ash-Shoearaa’: 214)

    Vertrok de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en beklom (de berg) Safaa en riep: ,,Wa Sabaahah!” (noodkreet die de arabieren gebruikten), waarop zij (de mensen) zeiden: ,,Wie is dit?” en zij verzamelden zich bij hem. Hij (vrede zij met hem) zei toen: ,,Als ik jullie vertel dat er achter deze berg paarden (een leger) in aankomst zijn, zouden jullie mij dan geloven?” Zij zeiden: ,,Wij hebben jou nooit betrapt op een leugen.” Hij zei: ,,Waarlijk, ik ben een waarschuwer (die) tot jullie (is gestuurd, om jullie te waarschuwen) voor een ernstige bestraffing.” Aboe Lahab zei: ,,Mag jij vernietigd worden, heb je ons hiervoor verzameld?” Hierop werd (de volgende soerat) geopenbaard:

    “Vernietigd zijn de handen van Aboe Lahab en vernietigd is hij.”
    (Soerat al-Masad) (al-Boechari)

    Aa’ieshah overlevert: “Toen de volgende vers werd geopenbaard:

    “En waarschuw jouw naaste familieleden.” (Soerat ash-Shoearaa’: 214)

    Stond de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) op en zei: ,,O Faatimah dochter van Mohammed, O Safiyyah dochter van Abd al-Moettalib, O kinderen van cAbd al-Moettalib, ik kan niets voor jullie betekenen bij Allah. Vraag mij (nu) van mijn bezittingen, wat jullie willen.” (Moeslim)

    SCROLL_TEXT
  • DE BEKERING VAN DHIMAAD AL-AZDI

    Ibn Abbas overlevert dat Dhimaad naar Mekka was gekomen en hij was afkomstig van een plaats die bekend stond als Azdi Shanoe’ata en hij stond bekend om het feit dat hij Roeqyah (bescherming en genezing) verrichtte tegen de djinns. Hij hoorde enkele dwazen van Mekka zeggen: “Waarlijk, Mohammed is een bezetene.” Hij zei: “Mocht ik deze man zien, dan hoop ik dat Allah hem via mij zal genezen.” Hij zei dat hij hem (de Profeet, vrede zij met hem) later tegenkwam en tegen hem zei: “O Mohammed, ik kan Roeqyah doen tegen de djinns en waarlijk, Allah geneest via mij wie Hij wilt. Sta je mij toe om Roeqyah bij jou te doen?” De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Waarlijk, alle lof zij Allah. Wij prijzen Hem en vragen Hem om hulp. Wie door Allah wordt geleid, niemand kan hem misleiden. En wie misleid wordt, niemand kan hem leiden. En ik getuig dat er geen god is dan Allah, Alleen zonder enige deelgenoten, en dat Mohammed Zijn Dienaar en Boodschapper is, vervolgens…” Waarop hij (Dhimaad) zei: “Herhaal nogmaals datgene wat je zei!” Waarna de Boodschapper van Allah dit driemaal herhaalde.

    Toen zei Dhimaad: “Ik heb waarlijk de woorden van de waarzeggers gehoord en die van de tovenaars en die van de dichters, maar ik heb nooit iets gelijk aan jouw woorden gehoord. Terwijl wij het midden van de zee hebben weten te bereiken.” Vervolgens zei hij: “Geef me je hand, zodat ik jou de eed van trouw betreffende de Islam kan geven.” Hij deed dit vervolgens. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei daarop: “En die (de eed van trouw) van jouw stam.” Hij zei: “En die van mijn stam.” Hij stuurde een klein leger dat zijn (Dhimaad’s) stam voorbij kwam. De aanvoerder van het kleine leger zei tegen de strijders: “Hebben jullie iets van hen buit gemaakt. Waarop een man zei: “Ik heb van hen een kom buitgemaakt.” Hij (de aanvoerder van dit kleine leger) zei toen: “Geef dit terug! Want dit is de stam van Dhimaad.” (Moeslim)

    SCROLL_TEXT
  • DE BEKERING VAN AMR IBNOE ABSAH

    Ibn Abbas overlevert dat Dhimaad naar Mekka was gekomen en hij was afkomstig van een plaats die bekend stond als Azdi Shanoe’ata en hij stond bekend om het feit dat hij Roeqyah (bescherming en genezing) verrichtte tegen de djinns. Hij hoorde enkele dwazen van Mekka zeggen: “Waarlijk, Mohammed is een bezetene.” Hij zei: “Mocht ik deze man zien, dan hoop ik dat Allah hem via mij zal genezen.” Hij zei dat hij hem (de Profeet, vrede zij met hem) later tegenkwam en tegen hem zei: “O Mohammed, ik kan Roeqyah doen tegen de djinns en waarlijk, Allah geneest via mij wie Hij wilt. Sta je mij toe om Roeqyah bij jou te doen?” De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei: “Waarlijk, alle lof zij Allah. Wij prijzen Hem en vragen Hem om hulp. Wie door Allah wordt geleid, niemand kan hem misleiden. En wie misleid wordt, niemand kan hem leiden. En ik getuig dat er geen god is dan Allah, Alleen zonder enige deelgenoten, en dat Mohammed Zijn Dienaar en Boodschapper is, vervolgens…” Waarop hij (Dhimaad) zei: “Herhaal nogmaals datgene wat je zei!” Waarna de Boodschapper van Allah dit driemaal herhaalde.

    Toen zei Dhimaad: “Ik heb waarlijk de woorden van de waarzeggers gehoord en die van de tovenaars en die van de dichters, maar ik heb nooit iets gelijk aan jouw woorden gehoord. Terwijl wij het midden van de zee hebben weten te bereiken.” Vervolgens zei hij: “Geef me je hand, zodat ik jou de eed van trouw betreffende de Islam kan geven.” Hij deed dit vervolgens. De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei daarop: “En die (de eed van trouw) van jouw stam.” Hij zei: “En die van mijn stam.” Hij stuurde een klein leger dat zijn (Dhimaad’s) stam voorbij kwam. De aanvoerder van het kleine leger zei tegen de strijders: “Hebben jullie iets van hen buit gemaakt. Waarop een man zei: “Ik heb van hen een kom buitgemaakt.” Hij (de aanvoerder van dit kleine leger) zei toen: “Geef dit terug! Want dit is de stam van Dhimaad.” (Moeslim)

    SCROLL_TEXT
  • ABOE JAHL WIL DE PROFEET AANVALLEN

    Aboe Hoerayrah overlevert dat Aboe Jahl zei: “Durft Mohammed, terwijl hij onder jullie verblijft, zijn gezicht (prosternerend) ter aarde te werpen?!” Hij (Aboe Hoerayrah) zei: ,,Er werd geantwoord: ,,Ja.” Hij (Aboe Jahl) zei: ,,Bij Laat en Oezzah, als ik hem dat zie doen dan zal ik hem op zijn nek trappen, of ik zal zijn gezicht in de grond drukken.” Hij (Aboe Hoerayrah) zei: ,,Hij liep af op de Boodschapper van Allah terwijl hij het gebed aan het verrichten was, met de bedoeling om hem op zijn nek te trappen.

    Ineens werden zij verrast door het terugdeinzen van Aboe Jahl die zijn handen opwierp alsof hij zich wilde afschermen van iets.” Hij zei: ,,Er werd hem gevraagd: ,,Wat is er met jou aan de hand?” Hij (Aboe Jahl) antwoordde: ,,Waarlijk, tussen mij en hem bevond zich een greppel met vuur, verschrikking en vleugels.” De Boodschapper van Allah zei: ,,Als hij nog dichterbij was gekomen dan hadden de engelen hem uiteengereten, lichaamsdeel voor lichaamsdeel.”

    SCROLL_TEXT
  • HET SPLIJTEN VAN DE MAAN

    Anas ibnoe Maalik overlevert … dat de bewoners van Mekka de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vroegen om een teken, waarop hij hen het splijten van de maan toonde. (al-Boechari)

    Abd Allah ibnoe Masoed (moge Allah tevreden met hem zijn) zei: “De maan spleet in de tijd van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) in twee delen, waarop de Profeet (vrede zij met hem) zei: ,,Getuigt (hiervan)!” (al-Boechari)

    SCROLL_TEXT
  • DE BEKERING VAN ABOE DHARR AL-GHIFAARI

    Ibn Abbas overlevert: “Toen Aboe Dharr op de hoogte werd gebracht van de komst van de Profeet (vrede zij met hem) zei hij tegen zijn broer: ,,Ga naar dat vallei (van Mekka) en breng mij informatie over deze man die beweert een profeet te zijn en (beweert) de openbaring te ontvangen vanuit de hemel en luister naar hem en keer vervolgens naar mij terug.” Hierop vertrok de broer totdat hij de Profeet (vrede zij met hem) bereikte en naar zijn woorden luisterde. Hij keerde vervolgens terug naar Aboe Dharr en vertelde hem: ,,Ik zag hem (de mensen) aansporen tot goed gedrag en zijn woorden hadden niets weg van dichtkunst.” Hij (Aboe Dharr) zei: ,,Jij hebt mij niet kunnen bevredigen met betrekking tot wat ik wilde weten.” Hierop maakte hij zich klaar en pakte een oude lederen zak met daarin water (en vertrok) totdat hij aankwam in Mekka. Hij kwam naar de moskee op zoek naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) terwijl hij hem niet kende, maar wilde niet naar hem vragen. Toen het nacht werd en hij ging liggen, zag Ali hem en wist dat hij een vreemdeling was en nam hem mee (naar huis). Geen van beiden vroeg de ander iets, totdat het ochtend werd. Hij (Aboe Dharr) stond op en pakte zijn proviand en zijn waterzak en vertrok naar de moskee.

    Hij bracht de dag door zonder de Profeet (vrede zij met hem) te hebben gezien, totdat de nacht viel. Hij keerde vervolgens naar zijn slaapplaats. Toen Ali langs kwam, zei hij: ,,Heeft de man nog steeds geen slaapplaats gevonden?” Hierop liet hij hem opstaan en nam hem mee. Geen van beiden vroeg (wederom) de ander iets. Op de derde dag deed Ali hetzelfde en nam hem weer mee. Hij zei toen: ,,Wil je mij niet vertellen waarvoor je bent gekomen?” Hij (Aboe Dharr) zei: ,,Als je mij de belofte geeft dat je me (naar deze persoon) wijst, dan zal ik het jou vertellen. Hij (Ali) deed dit, waarop hij (Aboe Dharr) hem (over de reden van zijn komst) informeerde. Hij zei: ,,Het is waar en hij is de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem)! Als je morgen wakker wordt, volg mij dan.” Hij (Ali) zei: ,,Als ik dan iets vrees voor jou, doe ik alsof ik water aan het gieten ben (en in een andere overlevering zegt Ali: ,,Doe ik alsof ik mijn sandaal aan het maken ben.”) Als ik vervolgens verder loop, volg mij dan en loop naar binnen waar je mij naar binnen ziet lopen.” Dit deed hij en hij volgde hem totdat hij samen met hem bij de Profeet (vrede zij met hem) binnenkwam. Hij (Aboe Dharr) luisterde naar zijn (vrede zij met hem) woorden en werd ter plaatse moslim. De Profeet (vrede zij met hem) zei tegen hem: ,,Ga terug naar jouw stam en licht hen in (over mij), totdat jij over mij hoort. Aboe Dharr zei: ,,Bij Degene in Wiens Handen mijn ziel ligt, ik zal (mijn bekering tot de Islam) uitschreeuwen onder hen.

    Hij vertrok toen totdat hij bij de moskee (de Kabah) aankwam en riep op zijn allerhardst: ,,Ik getuig dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is.” De mensen stonden vervolgens op en sloegen hem totdat hij neerviel. Abbas kwam toen aan en wierp zich boven hem, hij zei: ,,O wee jullie! Weten jullie niet dat hij van (de stam) Ghifaar afkomstig is en dat jullie handelsrouten naar as-Shaam (langs Ghifaar) loopt. Hiermee redde hij hem. De volgende dag deed hij weer hetzelfde, waarop zij hem (wederom) sloegen en aanvielen. Abbas wierp zich (wederom) boven hem.” (al-Boechari)

    SCROLL_TEXT